.

   
 
Noordzweedse Paard

   



Het  Noordzweedse paard komt uit het noorden van Zweden. De Zweedse benaming is “Nordsvensk häst”.

Het Noordzweedse paard stamt af van oude Scandinavische rassen en is nauw verwant aan de Dole Gudbrandsdal. Tot het eind van de 19de eeuw was het Zweedse paard een mengeling van verschillende geïmporteerde rassen.
Na de oprichting van een fokvereniging ging men streven
naar een grotere uniformiteit. Er zijn strenge keuringen ingevoerd op de belangrijkste stoeterij in Wangen (zweden) om het selectieve fokbeleid te ondersteunen.

Op dit moment wordt de Dole Gudbrandsdal gebruikt om vers bloed binnen het stamboek te krijgen en zo het ras meer draagkracht te geven. 

Het Noordzweedse paard is een compact paard met een opmerkelijk vermogen om zware lasten te trekken. Dit is juist de rede dat het paard vroeger in Zweden, en in sommige gevallen tegenwoordig nog steeds, gebruikt wordt voor de bos– en landbouw. Het ras staat bekend om zijn goede karakter. Het heeft geen kwaad in zich en blijft in nagenoeg alle omstandigheden de koelheid zelf. Het zijn volgzame en vriendelijke paarden. Dit betekend niet dat het een saai paard is. Het Noordzweedse paard is zeer levendig, heeft veel actie en is mede door zijn kracht dus niet een paard wat zonder opvoeding kan. 

Waar de Noordzweed het meest om bekend staat, zijn de expressieve ogen. Het heeft een bijzonder hoofd welke erg veel uitstraling heeft. Het ras heeft een lange levensduur en zou immuun zijn voor de meeste normale paardenziekten.

Door dit karakter maakt het zich een ideaal paard voor het hele gezin. Het is wel een echt trekpaard, dus niet erg geschikt voor hoog dressuur. Het is een mooi, sterk paard die elk gezinslid met gemak kan dragen. Ook voor de menwagen doen ze het uitstekend!

De Noordzweed is een zwaar, gehard koudbloed ras. Het enigszins hoekige hoofd en de oren zijn groot. De hals is kort en gebogen. De schouders lopen goed schuin af en zijn krachtig gebouwd. De achterhand is rond. Het is een klein paard met veel diepte en staat op goede, korte, stevige benen. De beharing is dik. Aan de onderbenen zit wat behang en
de manen en staart zijn weelderig. De rug is vaak nogal lang, maar wel sterk. Tijdens de groei (van veulen tot volwassen) groeit het NZP wat onregelmatig. Daardoor zijn de bijv. jaarlingen niet erg mooi.

De stokmaat van deze paarden ligt tussen de 1,53 en 1,60 meter. De merries zijn over het algemeen wat smaller als de hengsten/ruinen. Uit onze ervaring blijkt dat het paard pas echt volgroeit is rond zijn vijfde tot zesde jaar. Dit is vooral goed terug te zien bij de hengsten.

Elke kleur is toegestaan, behalve bont en wit. De kleuren die het meeste voorkomen zijn zwart, donkerbruin, vos. Heel lichtbruin en vaal komen wat minder voor, maar zijn zeker toegestaan. Binnen het ras zijn er twee types. Er is een wat gedrongen type en een wat sierlijker type.

Type 1
Bij het wat gedrongen type is als meest opvallend de gedrongen nek. Het is een beetje te vergelijken met de nek van een Fjorden paard. De bouw verder komt overeen met type twee. Je zou kunnen zeggen dat type één dus meer geschikt is voor bijv. de menwagen en minder geschikt voor dressuuroefeningen.

Type 2
Type 2 is wat sierlijker. Dit komt vooral omdat de nek langer is dan type één. Ook de rug is vaak iets langer. Het oogt daardoor in het geheel sierlijker, maar toch straalt het nog steeds veel kracht uit. Omdat het sierlijker type een langere nek heeft betekend dat hij ook wat wendbaarder en soepeler is.

De keuze van het type paard is puur persoonlijk. Het blijft verder hetzelfde
paard met dezelfde goede eigenschappen.

Het Noordzweedse paard werd vooral gefokt voor de bosbouw en de landbouw. Echter zijn deze functies bijna verleden tijd. Dit omdat veel machines het werk hebben overgenomen van het paard. In Zweden worden ze nog wel gebruikt, omdat de bereikbaarheid voor machines soms wat moeilijk is. Toch is het jammer, want het zijn echte werkpaarden.
Bovenstaand heeft er voor gezorgd dat het Noordzweedse paard een nieuwe functie heeft gekregen. Het is ontdekt als recreatief paard.
Zeker gezien het karakter wat eerder is omschreven.

Het Noordzweedse paard is een prima paard voor het gebruik van springen, licht dressuur of voor de menwagen. Door zijn goede karakter leent het ras zich uitstekend voor de recreatieve ruiter.

Doordat het koudbloedpaarden zijn, zijn ze makkelijk in onderhoud. Het NZP kan het gehele jaar buiten en moet sober gevoerd worden. Denk hierbij dus aan ruwvoer (kuil en hooi) en mogelijk een aanvulling van een eenvoudige brok of een alternatief. Te veel verwennerij is niet op zijn plaats bij dit paardenras. Prettig hierbij is dus dat, indien gewenst, de hoge kosten van stalling en duur voer uitgespaard kunnen blijven.

Met dank aan : www.noordzweedspaard.nl