|
Het Hannoveraanse ras ontstond in 1735 in de stoeterij van Celle. Het was
een initiatief van de toenmalige koning van Engeland, George II, keurvorst
van Hannover.
Het doel was hengsten te fokken, die door ze te kruisen met de
plaatselijke merries, paarden opleverden die geschikt waren voor het
boerenwerk.
Oorspronkelijk gebruikten men Holsteiners, later Thoroughbreds. Dit leidde
tot een lichter paard dat zowel als cavaleriepaard geschikt was als voor
in het tuig. Na de Tweede Wereldoorlog werden vooral paarden gefokt die
geschikt waren als rijpaard.
Om een gunstige invloed uit te kunnen blijven oefenen op het ras
gebruikt men nog steeds Thourougbreds in Celle en tegenwoordig worden ook
Trakheners gebruikt.
De Hannoveraan is waarschijnlijk de succesvolste Europese warmbloed.
Dit is te danken aan de nauwgezette kruisingen tussen elkaar aanvullende
rassen. Typische kenmerken zijn de evenredige bouw met lange schouder,
gespierde rug en achterhand, sterke benen met goede harde pezen. De
moderne Hannoveraan heeft een rank hoofd en grote levendige ogen.
De Hannoveraan heeft uitstekende gelijkmatige gangen met weinig
knieactie. Hij bezit een uitzonderlijke souplesse en staat bekend om zijn
betrouwbaarheid. Hij is zowel zeer geschikt als spring- als dressuurpaard.
De stokmaat ligt tussen de 1.60 en 1.70 cm.
De meest voorkomende kleuren zijn bruin en vos. Minder vaak komt zwart en
schimmel voor.a
|
|