|
De
Groninger is een oud ras, afkomstig uit Groningen, dat samen met het
Gelderse Paard de basis heeft gelegd voor de ontwikkeling van het
Koninklijk Nederlandse Warmbloed Paard. De moderne Groninger heeft weinig
meer gemeen met het oorspronkelijke Groningse paard. Er zijn nog maar een
paar exemplaren die op het zware boerenpaard van voor 1945 lijken. Het
paard is sindsdien veredeld; het is nu minder zwaar, waardoor het een
veelzijdiger rijpaard is geworden.
De Groninger heeft een stokmaat van 1.54 tot 1.65 m. Hij wordt nog steeds
als licht trekpaard gebruikt, maar het vrij lange lichaam en de lange
ruglijn maken het dier ook geschikt als tuigpaard. Lange oren, een recht
neusbeen en intelligente ogen maken zijn hoofd aansprekend. Het paard
heeft een krachtige, diepe romp met sterke schouders en korte benen. De
staart is hoog aangezet. Het heeft een rustig en werkwillig karakter en
staat te boek als een lief paard. De Groninger komt vooral voor als
zwarte, bruine of vos.
De Groninger werd oorspronkelijk in de landbouw gebruikt als zwaar
trekpaard. Het ras is nauw verwant met het oorspronkelijke Friese Paard,
van wie het zijn lichaamsbouw heeft geërfd. Zijn kracht en zijn rustige
karakter heeft de Groninger aan de invloed van de Oldenburger te danken.
Een Groninger hoort, behalve de juiste maat, ook goede botten en een sterk
gestel te hebben. Met deze eigenschappen kan hij prima werk leveren. Een
Groninger is redelijk goedkoop te onderhouden, omdat hij weinig voedsel
nodig heeft.
Het aantal Groningers is in de loop der jaren sterk gedaald door de
opkomst van de moderne technologie. Van het oorspronkelijke paard is nog
maar nauwelijks iets terug te vinden in de moderne Groninger. In Nederland
zet de Vereniging het Groninger Trekpaard zich in voor het behoud en de
verbetering van het type.
|
|