De tekeningen van paardachtige
met vlekken, die onze voorouders 20.000 jaar geleden in hun grotten hebben
achtergelaten zouden de eerste tekeningen zijn van de voorlopers van
Appaloosa paarden. Bij de chinezen kwamen deze paarden 3.000 jaar geleden
al voor. Veel later werden ze gefokt door de Nez Percé indianen in het
Palouse-gebied van centraal Idaho en Oostelijk Washington. De naam is
afgeleid van de rivier De Palouse die stroomt door Washington en Idaho.
Tijdens de "Indianen oorlog" met het Amerikaanse leger en
tijdens het drijven van het vee werd de Appaloosa door de indianen
gebruikt omdat het een gehard paard is dat zeer wendbaar is en een goed
uithoudingsvermogen heeft.
Het Appaloosa paard werd
door Buffalo Bill in de "Nieuwe Wereld" geďntroduceerd door ze
eind 19e eeuw mee te nemen naar tentoonstellingen in heel Europa. In de
Verenigde Staten is hij nu nog zeer bekend en geliefd als circuspaard.
Daar is het een apart en erkend ras. Over de hele wereld wordt de
Appaloosa gebruikt als circuspaard, veedrijverspaard, paradepaard,
springpaard en als renpaard. Pas sinds de oprichting van de
fokkersvereniging van Appaloosa's worden buitenlandse rassen gebruikt
zoals bijvoorbeeld de Arabier.
Het opvallendste kenmerk
van de Appaloosa is zijn kleur. De huid zelf is overwegend roze. De
vlekken zitten op de vacht en zijn dan ook te voelen. Als de veulens
geboren zijn is nog niets te zien, pas bij de volwassen Appaloosa paarden
is het uiteindelijke patroon te zien. Er zijn 5 verschillende typen:
- FROST:
Witte haren aan de wortels (ijzerschimmel/roodschimmel)
- LEOPARD: Verschillend gevormde vlekken
- MARBLE: Donkere vacht die wit is geaderd
- SNOWFLAKE/SPOTTED BLANKET: Donkere vacht met witte
vlekken
- WHITE BLANKET: Schimmel
Nog een uiterlijk kenmerk is de lange gespierde hals en de schuine
schouders van de Appaloosa.
|