Japon uit 1810 in het bezit van het Kyoto Costume Institute.De japon is gemaakt van een melange van beige katoenen en wollen weefsels afgebiesd en met franjes in Huzarenstijl versierd; wollen sjaal met bloemen en franje, van Franse makelij; het tasje is van marokkaans leer met schilpad panelen. Aan het begin van de 19de eeuw bepaalde de "empire"stijl het modebeeld. De taille zat hoog onder de boezem en de recht naar beneden lopende roklijn gaf de vrouw voor die tijd veel bewegingsvrijheid. Vanaf 1820 kregen de mouwen steeds meer volume tot op het maximale in 1830. Ze werden "gigot" mouwen genoemd omdat ze zo leken op de poten van het gelijknamige schaap. In het Engels heetten ze dan ook simpelweg "leg-of-mutton" mouwen. De periode daarna werd gekenmerkt door dramatische veranderingen in het vrouwelijk silhouet. De taille was rond 1835 tot op normale hoogte gedaald en het corset kwam noodzakelijkerwijze weer in zwang. Vrouwen probeerden hun fysieke aanwezigheid te ontkennen en een soort breekbare en onaardse wezens te worden. Eerst verschenen daarom de gigantische mouwen en van ca.1835 tot 1875 zorgden steeds groter wordende crinolines (onderrokken) voor een soortgelijk effect. Rond 1880 bleven de rokken nog steeds gigantisch, maar de vorm veranderde naar een zandloperfiguur: flinke boezem, wespentaille en enorme achterwerken. Deze werden verkregen door onderrokken van geraamtes in de vorm van een stortkoker. Tegen het einde van de 19de eeuw veranderden ook de mouwen weer van nauw aansluitend naar gigantische afmetingen. |
||