Verslag van de reis naar Frankrijk
Vereniging Aanspanning 't Westland 8, 9, en 10 oktober 2004.


.

Klik hier om naar fotoalbum ( 1 ) te gaan

Klik hier om naar fotoalbum ( 2 ) te gaan

Klik hier om naar fotoalbum ( 3 ) te gaan

 

Vrijdag.
Op 8 oktober gingen wij rond de klok van 8.00 uur op pad met de "Vereniging Aanspanning 't Westland" voor een driedaagse tour naar kastelen in België en Frankrijk waar nog veel bewaard gebleven historisch paardengerij te bewonderen valt. Onder de bekwame leiding van chauffeur Frans van touringcarbedrijf "Vreugde" kwamen we halverwege de ochtend aan in het Belgische Bornem. Het was prachtig weer en de rust die rond het landgoed hing deed ons op slag "onthaasten". Onder leiding van een zeer deskundige en geanimeerde gids bezochten we eerst de drie ruimtes met koetsen, daarna het kasteel met alle kamers volledig en fraai "bemeubeld" en tot slot kregen we uitleg over de geschiedenis van de Oude Schelde en de grootste en oudste eendekooi (sas) van België. 

 
Onze gastheer Graaf John de Marnix de Sainte Aldegonde liet zich helaas niet aan ons zien. Ook kunnen we u geen foto's laten zien van het fraais dat hier te bewonderen viel daar er niet gefotografeerd mocht worden. Mochten er mensen uit de groep zijn die wellicht wél het e.e.a. digitaal vastgelegd hebben dan houden we ons aanbevolen. Het was in ieder geval zeker de moeite waard en we kunnen u Bornem als uitstapje zeker aanraden. Het lijkt of de tijd er stil staat.
Na Bornem reden we met de nodige "plas- en rookpauzes" naar het Campanillehotel in Senlis waar we twee nachten zouden verblijven. Prima comfortabele kamers met goede bedden en van alle gemakken voorzien. Goede keus!


Zaterdag.
De volgende dag brachten we door op het kasteel Vaux-le-Vicomte in Melun, in de buurt van Parijs. Een prachtig kasteel met alle ruimtes ingericht zoals het 100 jaar geleden in gebruik was. Inclusief de badkamers, slaapkamers, keuken en wijnkelders. Op de binnenplaats stonden stalletjes waar je kon proeven van allerlei typisch Franse zaken zoals kaas, kastanjes, koekjes, etc. Ook de prachtig aangelegde tuinen waren immens en indrukwekkend....... tot het heel hard ging regenen. Maar wij waren er vooral voor de koetsen en aanverwant paardengedoe en daarin werden onze verwachtingen overtroffen. De geschiedenis van het rijtuig stond op panelen te lezen (helaas voornamelijk in het Frans en dus niet voor iedereen te volgen) en de vele "véhicules hippomobile" waren zeer bijzonder en uniek.
Velen van ons wisten niet hoe ze al dit fraais moesten opslaan in hun geheugen want er was gewoon teveel en te mooi en apart. We vroegen ons af hoe dit de volgende dag nog moest worden overtroffen.
Na het diner ging een groot deel van de groep Senlis onveilig maken maar chauffeur Frans veegde de stad weer schoon door het Hollands gespuis netjes om half twaalf op te pikken. 


Zondag.
Na lekker te hebben uitgeslapen reden we na het ontbijt naar Chantilly. Een beetje sceptisch, want hoe kon dat wat we gisteren gezien hadden, nog worden overtroffen? Ik verzeker u: het kon! 
Het landgoed van Chantilly blijkt het hippisch hart van Frankrijk te zijn geweest in de 18de eeuw. De stallen zijn een meesterwerk qua 18de eeuwse architectuur en maar liefst 186 meter lang. Er stonden in die tijd zo'n 240 paarden! Die werden hier getraind voor de renbaan en de jacht. 
Thans is in de stallen het "Musée Vivant du Cheval" gevestigd. We kwamen dan ook niet verder dan de stallen en zijn aan het kasteel en de mooie tuinen niet eens toegekomen. Want wat is er veel te zien in dat museum. Echt alles wat met het paard en de diverse paardensporten te maken heeft, is er tentoongesteld. Van paardenbitten tot paardendarmen zeg maar. Hoewel er maar weinig rijtuigen staan, zijn deze zeldzaam oud en luxueus. Het is vooral de diversiteit die het overweldigend maakt. Beelden, shawls van Hermès, schilderijen, tekeningen, foto's, cartoons (vakkundig vertaald door Piet) alles met het paard als terugkerend thema.
Heel veel attributen waarvan het gebruik bij de meesten van ons onbekend is. Zevenmijlslaarzen zoals de koetsier van de postkoets die vroeger droeg. Verstevigd met houten schacht om hem te beschermen tegen ál te enthousiast hoefgetrappel. Een weegstoel om de jockey's vóór een wedstrijd te wegen. Je kunt het één niet noemen zonder het gevoel te krijgen dat je iets anders te kort doet. 
Schommelpaarden, alle soorten aanspanningen, tuigen, paardenrassen, zadelmakers- en tuigenmakersgereedschap, garelen en daarnaast ook nog de echte levende paarden in de stallen. Een prachtige witte Bouillonaishengst, de gitzwarte Friese hengst, de portugese paarden, noem maar op. Dit alles omgeven door de geur van paardenzweet ,gepoetst leer en boenwas. 
In de prachtige ronde binnenhal (met fontein en plafondschilderinge) en in de "kennel courtyard" buiten werden dressuurdemonstraties gegeven.
Rond half twee ploften we een beetje verdwaasd in de bus voor de terugreis. Hoe houd je deze herinneringen levend?
Na een geanimeerde terugreis namen we afscheid van onze nieuwe Westlandse paardenvrienden.
John en Rie Geus en Nel van de Marel, die dit alles geregeld hebben:
 " Bedankt, jullie hebben ons een paar onvergetelijke dagen bezorgd!"


P.S. Wat mij nou het meest bij is gebleven? Dat is de foto van het geblinddoekte paard dat verticaal hangend in het tuig de mijnschacht in zakt om er nooit meer levend uit te komen. Ach, we hebben zelf een paardenras dat in de mijnen gebruikt werd, vandaar.........

Madeleine Assink

Voor de liefhebbers hier het internetadres:
www. vaux-le-vicomte.com
www.musee-vivant-du-cheval.fr 
(Nederlandse tekst)