| Klassieke aanspanningen
volgens J.A.C. Bartels (Het aangespannen paard).
Bij een aanspanning is in de mensport altijd sprake van één of meer paarden of pony's vóór een rijtuig (hoewel er in Musée du Cheval Vaux-le-Vicomte ook een paard áchter een rijtuig ingespannen te zien is)
.
|

|
De manier waarop één
of meer paarden voor het rijtuig worden gespannen kan verschillen, evenals
de manier waarop de aanspanning wordt gemend. Je kunt rijden met één
paard voor de wagen (enkelspan), met twee paarden naast elkaar (tweespan)
of achter elkaar (tandem), met drie naast elkaar (klavertje drie) of twee
achter en één vóór (trendem) of met nog meer paarden vóór of naast
elkaar. Je kunt je rijtuig besturen vanaf de bok, vanuit het rijtuig of
rijdend op één van de voor de wagen gespannen paarden. Wanneer je, zoals
wij, gaat rijden met klassiek gerij ga je je verdiepen in de soorten
aanspanningen omdat je een stuk geschiedenis levend wilt houden en dan wil
je dat "het plaatje van je aanspanning klopt". Hoewel je niet
altijd het geld, het materiaal en de kennis hebt om te voldoen aan
"hoe het toen was", is het toch het doel waarnaar we streven. Je
kunt op veel manieren de plank misslaan. Een gareeltuig met strengen
vastgemaakt aan beweeglijke zwengen klopt niet. Pony's voor een
staatsiewagen of grote maat paarden voor een kleine selbstfahrer óók
niet. Als je dat weet kun je kijken op welke manier je het plaatje wél
kloppend kunt maken.
Vandaar dit artikel over de klassieke aanspanningen die ons als voorbeeld
kunnen dienen bij ons streven naar het kloppende plaatje.
In de loop der eeuwen ontstonden diverse soorten van aanspanning waarbij
we in grote lijnen de Engelse, de Hongaarse, de Amerikaanse en de
Russische aanspanning kunnen onderscheiden. De wijze van aanspanning hoort
niet specifiek bij een bepaald type rijtuig. Zo kan men een
troika-aanspanning voor een Victoria-rijtuig zetten. De aanspanning en het
formaat van rijtuig en paarden moeten wél een harmonieus geheel vormen.
1.
De Engelse aanspanning: Wordt ook wel "stadsaanspanning" genoemd
en kenmerkt zich door eenvoud en praktisch nut.
|

Klik voor vergroting
|

Klik voor vergroting
|

Klik voor
vergroting
|
De paarden/pony's moeten
ruime gelijkmatige gangen hebben en een goede hoofdhouding. Bij een
tweespan mag kleurverschil zijn, maar de dieren moeten qua type bij elkaar
passen. Het paard met de lichtste kleur moet vandehands worden
aangespannen (vanaf de bok gezien rechts). Bij een vierspan met
bijvoorbeeld twee schimmels worden deze gekruist aangespannen: één
vandehands in het achterspan en één bijdehands in het voorspan. De
paarden hebben de manen naar rechts en de staarten zijn getrokken en recht
afgesneden. De gareeltuigen hebben leren strengen die op de paddestoelen
worden vastgemaakt. Daarbij lichte schofttuigjes en rugriem met culeron (staartriem) en lendenriem. Als de eigenaar zelf ment , kunnen de
disselriemen worden vervangen door stalen dissel-kettingen. Dames rijden
met disselriemen of verkoperde stalen kettingen. Bruine leren
Achenbach-leidsels en een boog- of doornzweep. Het rijtuig moet donker
zijn gelakt en overeenstemmen met de grootte van de paarden.
2.
De Hongaarse aanspanning:
|

Klik voor
vergroting
|

Klik voor
vergroting
|
Bij de Hongaarse
aanspanning ziet men vooral 4- en 5spannen voor lichte, blank gelakte
rijtuigen met middenslag bloedpaarden. Gelijke kleuren zijn niet
belangrijk; wél dat type, gangen en snelheid overeenkomen. Net als bij de
Engelse aanspanning worden in het vierspan de lichtste paarden kruislings
geplaatst. De staarten zijn lang, getrokken en spits toelopend en de manen
hangen naar buiten. Uitsluitend dubbele ringtrensen en géén opzet. Het
tuig is zwart, sterkt en licht en versierd met in elkaar gevlochten riemen
"Scharlanken" genaamd. Hierop soms weer lapjes die de
stalkleuren weergeven (Pillangos). Als versiering soms ook bellen.
Géén gareeltuig maar een borsttuig met rond genaaide strengen die aan
beweeglijke zwengen worden vastgemaakt.
Alléén aan de buitenzijde van de nek- of halsriem zit een
leidselsleutel. Licht schofttuig met lichte culeron (staartriem).
Tuiggespen, sleutels en leerwerk zijn vaak fraai geschulpt en je spreekt
dan van een "Estyherhazytuig".
Wordt uitsluitend gereden met disselriemen en de voorpaarden worden met
een leren riem gekoppeld. Hierbij Hongaarse leidsels waarvan de uiteinden
aan een dik handstuk zijn bevestigd. De Hongaarse- of Juckerzweep maakt
het geheel compleet. Lichte, veelal blank gelakte rijtuigen.
Uit de Hongaarse aanspanning ontstond in Duitsland na de eerste
wereldoorlog een aparte wijze van aanspannen die
"Landaanspanning" wordt genoemd. Netjes en praktisch was hierbij
het uitgangspunt. Ook hier harmonie tussen rijtuig en paarden, zo gelijk
mogelijke paarden met naar rechts overhangende manen en een lange
getrokken recht afgesneden staart. Er wordt gereden met borsttuig, licht
schofttuig, rugriem en culeron. De strengen worden bevestigd aan
beweeglijke zwengen. Het hoofdstel naar keuze met of zonder oogkleppen. In
plaats van dubbele ringtrensen eventueel B-stangen al dan niet met
trensmondstuk.
Voor een zwaar type paard kan ook een gareel gebruikt worden en in dat
geval worden de strengen op de paddestoelen bevestigd en heeft het
hoofdstel oogkleppen en een Liverpool of elleboogstang evt. met
trensmondstuk.
Bij de landaanspanning worden geen lendenriemen, strengophouders en
opzetteugels gebruikt. Bij de borsttuigen hoort de Juckerzweep en bij het
gareeltuig de boogzweep. Bruin leren Achenbach-leidsels. De rijtuigen zijn
vaak van het type Duitse jachtwagen, blank gelakt en met zwart gelakt
ijzerwerk.
3.
De Amerikaanse aanspanning.
Deze is ontstaan vanuit de
Engelse traditie maar doordat de Amerikanen dravers gebruiken voor hun
lichte snelle rijtuigen, ontstond toch een geheel eigen stijl. De
Amerikanen rijden vooral enkelspan of tweespan.
Hierbij wordt met een borsttuig gereden, of in het tweespan, ook wel met
een licht gareel. Leren strengen aan beweeglijke zwengen. Vanuit de
drafsport komt ook de opzet om de paarden een mooiere hoofd-halshouding te
geven.
De bril aan de disselboom is vervangen door een dwars geplaatste lichte
balk met aan de uiteinden een ring waardoor een korte riem loopt waarmee
de paarden via de trompetring of de borstring aan de disselboom worden
vastgemaakt.
Ook afkomstig uit de drafsport is ook de lange karwats die als zweep wordt
gebruikt. De rijtuigen zijn licht en, door het gebruikte Hickory-hout
ijzersterk. Typisch Amerikaans zijn ook de 4 dicht bij elkaar staande
gelijke grote wielen. Hierdoor kunnen de grote voorwielen niet onder de
kast doordraaien en is de draaicircel gering wat op de lange rechte
Amerikaanse wegen geen bezwaar was.
4. De Russische aanspanning
|

Klik voor
vergroting
|

Klik voor
vergroting
|
Deze verschilt totaal van
de eerder beschreven types. De Russen rijden één-, twee- of driespan en
zelden vierspan of tandem. De paarden worden niet getoiletteerd. Afgezien
van de rijkelijk versierde troikatuigen zijn de tuigen verder eenvoudig.
Oogkleppen en culeron worden niet gebruikt. Bij het hoofdstel ontbreekt
het achterste deel van de neusriem en men gebruikt uitsluitend trensen met
platte trensringen.
In het enkelspan staat het paard tussen de lamoenbomen betuigd met licht
gareel. Middels twee lichte gevlochten riemen wordt het gareel verbonden
met de lamoenbomen en om te voorkomen dat deze naar elkaar toekomen wordt
er een houten boog geplaatst, de zgn. "Duga". Het paard wordt
opgezet door een korte teugel die via een op de Duga aangebrachte ring
loopt. In het enkelspan wordt altijd gedraafd.
In het tweespan wordt bijdehands naast het dravende paard een
"galoppeur" ingespannen, betuigd met licht gareel- of borsttuig,
de strengen bevestigd aan beweeglijke zwengen. Dit paard wordt met een
dunne leren riem aan de binnenzijde aan de lamoenboom vastgebonden, ter
hoogte van de Duga. De andere leren riem wordt aan de rechtertrensring
vastgemaakt. Ieder paard heeft zijn eigen éénpaardsleidsel. Terwijl het
paard tussen de lamoenen draaft, zal het bijdehandse paard uitsluitend in
de rechtergalop voortbewegen.
De bij ons meest bekende Russische aanspanning is de Troika; hierbij wordt
naast het dravende paard onder de Duga aan weerszijden een galoppeur
geplaatst. Deze galoppeurs worden op dezelfde wijze ingespannen als bij
het tweespan. Het binnenpaard wordt met een éénpaardsleidsel gemend en
is dus eigenlijk het richtinggevende paard. De buitenpaarden worden met
elkaar verbonden door een doorlopend buitenleidsel. Naast het dravende
middenpaard gaat het bijdehandse paard in rechtergalop en het vandehandse
paard in linkergalop. De paarden worden via het buitenleidsel zó gereden
dat het hoofd naar buiten gericht is. Hoever het hoofd van het paard naar
buiten kan worden gebracht is afhankelijk van de lengte van de dunne leren
riem waarmee de paarden aan de lamoenboom zijn bevestigd. Het schijnt dat
de wolven op de toendra de paarden niet aanvallen als het paardenoog hen
in de gaten kon houden.
De Troikatuigen en de Duga zijn prachtig versierd met zilverbeslag. De
menner houdt in de rechterhand de rechterleidsels en in de linkerhand de
linkerleidsels. Op de leidsels zitten knoppen,ter hoogte van het kruis van
het paard, waarmee het paard onzichtbaar kan worden aangespoord. De korte
zweep wordt met een lus om de pols gehangen.
Op de lichte, meest kleine rijtuigen zit de koetsier gekleed in Russisch
hemd, rijbroek en zwarte leren laarzen naast de rijder op de bok. Als
enige ter wereld mag de Russische koetsier een volle baard dragen.
Vanuit deze 4 soorten klassieke aanspanningen zijn variaties ontstaan die
samenhangen met gebruiksdoel en traditie.
Zo wordt een draver voor de sulky op een andere wijze aangespannen dan een
trekpaard voor een landwagen.
In Nederland kennen we als bijzondere aanspanning de Friese aanspanning
waarbij 2 paarden voor een tweewielige Friese sjees worden gespannen en de
menner aan de linkerkant waar normaal de menner altijd rechts zit.
Een bijzondere wijze van aanspannen is ook de aanspanning a la d'Aumont.
Hierbij wordt een vierspan niet vanaf de bok gereden maar door ruiters op
de bijdehandse paarden. Die paarden waren dan ook opgetoomd als
rijpaarden.
Bij een tweespan sprak men van Demi-d'Aumont. Zie hiervoor ook het artikel
over de Landauers.
Overzicht van de verschillen:
Rijtuigen* Engels: donker gelakt, Hongaars: klein en licht meest blank
gelakt, Amerikaans: licht en sterk gebouwd met 4 gelijke wielen, Russisch:
klein, licht en blank gelakt.
Spangrootte* Amerikaans: veel enkelspan, Engels enkel-, twee- en vierspan,
Russisch: driespan (Troika), Hongaars: vooral meerspannen.
Toiletteren* Russisch: niet getoiletteerd, Engels en Amerikaans: manen
naar rechts en staart getrokken en recht afgesneden, Hongaars: manen
vallen naar buiten en staart is getrokken en puntig gesneden.
Tuig* Engels: gareeltuig met strengen op paddestoelen, Hongaars: borsttuig
met rond genaaide strengen op beweeglijke zwengen of bij zware paarden een
gareel met de strengen op de paddestoelen, Amerikaans: borsttuig of in
tweespan een licht gareel en beweeglijke zwengen, Russisch: licht gareel
en Duga.
Zweep: Engels: boogzweep, Russisch: korte zweep met lus om pols,
Amerikaans: drafkarwats, Hongaars: Juckerzweep of bij gareel:
doornboogzweep.
Culeron (staartriem) en oogkleppen: bij alle soorten aanspanning behalve
de Russische.
Disselriemen bij de Engels aanspanning van leer, bij een eigenaar-menner
evt. van staal en bij een dame evt. verkoperde kettingen. Bij een
Hongaarse aanspanning uitsluitend leren disselriemen. Bij de Amerikaans
aanspanning een dwarsbalk met korte leren riem. Bij de Russische
aanspanning werd het paard met een leren riem via het trensoog aan de
lamoenboom vastgezet.
Bekijkt u de foto's bij dit artikel eens kritisch en u zult zien dat men heden ten dage de "klassieke regels" van dhr. Bartels ruim interpreteert. Het is ons bij de
Hongaarse aanspanning niet gelukt een voorbeeld te vinden van een hedendaagse aanspanning die geheel voldoet aan het door dhr. Bartels geschetste beeld. Bij de
Hongaarse aanspanningen op topniveau zagen we lichte en donkere paarden in andere dan kruislingse opstelling. Het valt bij een Engelse aanspanning ook niet altijd mee de manen van alle paarden naar rechts te laten vallen. We weten ook niet hoe zwaar de juryleden in de beoordeling van het authentiek gerij aan dit soort zaken tilt. Dit stukje beoogt slechts u te inspireren tot een kritische blik richting uw eigen aanspanning.
Madeleine Assink
|