Anekdotes uit de paardenwereld.

  Oktober 2005    
 


Begin jaren 70 kwam het aangespannen rijden er weer meer in en werd zachtjes aan begonnen met het jureren door juryleden tijdens de "Klassementsritten".
Ik had het genoegen om, samen met het jurylid en rijtuigbouwer Gerrard Ipenburg, toen al ruim 70 jaar oud, te mogen jureren in Friesland bij een net opgerichte vereniging.
Veel ervaring hadden zij nog niet en wij vroegen aan de organisatie of er nog moeilijke obstakels tijdens de rit voor de deelnemers te verwachten waren. Er was een hoge brug in het traject, maar verder verwachtte men geen problemen.

Na gejureerd te hebben, waarbij enkele 2-wielige aanspanningen zonder "broek" ingespannen waren, leek het Gerrard Ipenburg goed om met mij samen de route voor te rijden en vooral bij de hoge brug te gaan staan en eventueel hulp te geven waar nodig.

Inderdaad, een erg steile brug was in het traject opgenomen, een brug waarbij de berm erg breed was als je er over was.
Gerrard had de oplossing gevonden...... Hij ging midden op de brug staan en waarschuwde alle aanspanningen: "met broek op de weg, zonder broek in het gras, remmende werking op de wielen".
Totdat twee oudere dames in een tilbury aan kwamen rijden en hij ook hen meldde "met broek op de weg en zonder in het gras".
Hij ontving van de rijdster een ferme haal met de zweep over zijn gezicht en zij vond hem maar een "vieze oude man", zo riep zij hem toe.
Tja, denk je goed te adviseren als jurylid.
Tijdens de juryledenbijeenkomsten wordt dit verhaal nog regelmatig terug gehaald.

Loek van Bronkhorst

Stalhouderij voor het gerecht gedaagd

Het was begin jaren twintig van de vorige eeuw toen het volgende zich afspeelde.

In Amsterdam waren twee grote stalhouderijen waarvan Stalhouderij Van Delden de grootste was. Ongeveer 150 rijtuigen en zo’n 250 paarden stonden op stal midden in de oude binnenstad. Bijzonder was dat de rijtuigen op de begane grond en alle paarden op de eerste etage stonden.
Een van de vaste klanten was de Senaat [= het bestuur] van de Studentenvereniging van de VU.

Begin jaren twintig bestond er nog een groot gevoel voor etiquette bij de bevolking en zeker bij de studenten die toch immers als zij afgestudeerd waren, de betere posities in de maatschappij in zouden nemen en vaak van “gegoede komaf” kwamen.

De Senaat van de Studentenvereniging had een groot feest te vieren en vroeg aan Van Delden de Senaatskoets [vergelijkbaar met de Gouden Koets] op een bepaalde dag in te spannen en hen te rijden met een 8-span paarden.
De etiquette toen der tijd was dat alleen de regerend vorst met een 8-span mocht rijden, de hogere adel met een 6-span, lagere adel en gegoede burgers met een 4-span. Dit zelfs op straffe van een boete door de rechtbank op te leggen.

Van Delden gaf dan ook aan dat het rijden met een 8-span niet mogelijk was voor hen, maar de Senaat bleef aandringen. Om uiteindelijk zijn vaste klant niet te verliezen, gaf Van Delden toe aan de vraag en stond op het opgegeven moment ingespannen gereed met de gevraagde aanspanning.
Tijdens de rit werd de aanspanning aangehouden en bekeurd door een agent, doch Van Delden weigerde de boete te betalen en liet het voorkomen voor de rechtbank.

De procedure bij de rechtbank volgde en Van Delden werd vrijgesproken.
Reden van de vrijspraak was dat Van Delden 7 paarden had ingespannen en 1 muildier en derhalve niet met een 8-span had gereden.
Vaak nog vertellen wij dit verhaal over de etiquette tijdens de juryleden bijeenkomsten van de NVTG [= Nederlandse Vereniging Traditioneel Gerij].




De helft van de mislukkingen in het leven ontstaan doordat men zijn paard inhoudt juist wanneer het springt.



De inspecteur-paardrijden werd iedere dag met iemand anders opgezadeld.



Paardenmiddel: het gedeelte tussen voor en achterpaard.



Stokpaardjes zijn op stal gezette idealen.

Jonge vrouwen zijn de paarden waarop de oude mannen naar de hel rijden.



Er was eens een boer die een arm plattelandsdorpje woonde. De boer werd als iemand in goeden doen beschouwd, want hij had een paard dat hij gebruikte om mee te ploegen en ook om er allerlei dingen mee te vervoeren. Op een dag ging zijn paard ervandoor. Alle buren vonden dit vreselijk, maar de boer zei alleen maar; "Ach wat is pech en wat is geluk".

Een paar dagen later kwam het paard terug en bracht ook nog twee wilde paarden mee. De buren vonden allemaal dat hij geweldig geluk had gehad, maar de boer zei alleen: "Ach, wat is geluk en wat is pech".

De volgende dag probeerde de zoon van de boer op een van de wilde paarden te rijden. Het paard wierp hem af en de zoon brak een been. De buren boden hun medeleven aan met deze tegenspoed, maar de boer zei opnieuw: "Ach, wat is pech en wat is geluk".

Een week later kwamen er militairen naar het dorp om jonge mannen te recruteren voor de verplichte krijgsdienst. De zoon van de boer wilden ze niet hebben vanwege zijn gebroken been. Toen de buren lieten weten dat hij toch wel geluk had gehad, antwoordde de boer: "Ach wat is geluk en wat is pech".

De moraal, geluk is niet afhankelijk van externe omstandigheden maar hoe je er zelf mee omgaat.



Het paard van een manegehouder was ziek geworden.
De man had de dierenarts laten komen en wachtte nu in spanning af wat er ging gebeuren.
De dierenarts kwam naar hem toe en vroeg om een schroevendraaier.
Vijf minuten later had hij een tang nodig en na nog eens vijf minuten vroeg hij om een hamer en een beitel.
"Mijn hemel!" riep de manegehouder uit, "Wat is er met mijn paard aan de hand?"
"Geen idee," zei de arts. "Ik moet eerst zien, dat ik mijn tas openkrijg".



"Pap, daar staan twee ezels, een grote en een kleine. Wie is nu de vader en wie is de moeder?"
"Nou dat is heel eenvoudig, meisje. De grootste ezel is altijd de vader."