|

Ik hoorde voor het eerst iets over Loek toen ik al een
eindje in de veertig was. Toen ik in mijn jonge jaren paardreed
was dat in mijn eentje op mijn paard Sorella, crossen door de
duinen van Bergen en Schoorl, vaak zonder zadel. Na een ongeval
was ik jaren paardloos, maar toen het weer begon te kriebelen
ben ik heel voorzichtig begonnen bij de manege van Jan en
Margriet Pranger in Waarland. Daar viel de naam van Loek van
Bronkhorst geregeld. Hij jureerde, regelde van alles en was vaak
spreekstalmeester bij paardenevenementen. Ik maakte al snel
kennis met zijn stem doordat er altijd wel ergens een wedstrijd
was waar hij de speaker was.
Hoewel ik nooit door hem gejureerd ben, (mijn cross-stijl had
niet tot de gewenste dressuurstijl geleid) werd hij voor mij een
soort paarden-goedheiligman; een Nederlandse Sinterklaas, maar
dan eentje die gelukkig nooit vertrok naar Spanje.
Hij stond garant voor dier- en mensvriendelijk commentaar en
bracht zijn kennis op een humoristische wijze over. Het was een
feest om naar hem te luisteren. Bij het jureren wist hij de
kleintjes én de groten in hun waarde te laten en altijd iets
stimulerends te zeggen.
Jaren later, toen ik al in de vijftig was had ik het genoegen
ook echt kennis te mogen maken met Loek, bij de toen pas
opgerichte vereniging voor traditioneel gerij (NVTG). Het was of
ik een oude bekende ontmoette, het hoofd paste precies bij de
stem en was al even vriendelijk en behulpzaam. Ik was verrast
maar niet verbaasd, dat Loek óók al verstand had van authentiek
gerij.
Mensen als Loek, die héél veel weten en ook nog in staat zijn
hun kennis, op elk niveau aangepast over te brengen, zijn
zeldzaam, en nog zeldzamer is dat dit pakketje van kennis en
vaardigheden verpakt zit in zo een beminnelijk persoon!
Anekdotes bevatten wijsheid en humor; met mildheid verhalen ze
van de dwaze capriolen van mens en dier. Ik zou dan ook niet
weten aan wie we een dergelijke rubriek beter op zouden kunnen
dragen dan aan Loek van Bronkhorst, die al deze eigenschappen op
zo voortreffelijke wijze in zich verenigt.
Madeleine Assink-Kleve
|